zij broedt, hij sjouwt met nestmateriaal en ik kijk er naar vanaf een betonnen duiker aan de oever van de rivier de aa bij berlicum. het eilandje meet een voet of zo. ergens moet het stevig verankerd liggen, want het trotseert de sterke stroming.
ik denk: nestas hagunnan.
het zijn het vierde en vijfde woord van de eerste zin in de nederlandse taal, vermoedelijk rond het jaar 1100 geschreven: "hebban olla uogala nestas hagunnan hinase hi(c) (a)nda thu uuat unbidan uue nu".
in die ene zin vraagt de schrijver zich af of de vogels al aan het nestelen zijn. en zo ja, waarom de schrijver en zijn geliefde dan nog niet?
zij broedt, hij sjouwt en ik kijk er naar. die van mijn nest zijn al lang uitgevlogen. voor mij niet meer die grote vragen van de monnik uit het begin van de twaalfde eeuw.
maar de meerkoeten zijn in blijde verwachting...
delen via...
- E-mail een link naar een vriend (Opent in een nieuw venster) E-mail
- Delen op LinkedIn (Opent in een nieuw venster) LinkedIn
- Delen op Telegram (Opent in een nieuw venster) Telegram
- Delen op X (Opent in een nieuw venster) X
- Share op Facebook (Opent in een nieuw venster) Facebook
- Delen op WhatsApp (Opent in een nieuw venster) WhatsApp
- Delen op Bluesky (Opent in een nieuw venster) Bluesky
